Ga naar de inhoud

Preventie

Goed omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen begint met preventie.
Inzetten op preventie is een gedeelde opdracht.
Zowel hulpverleners, teams als directies spelen hier een belangrijke rol.
Bovendien is het betrekken van zorggebruikers en naasten essentieel om afzondering en fixatie steeds verder af te bouwen.

Overzicht

Wat zeggen de richtlijnen over preventie?

Volgende principes vormen de basis in de aanbevelingen van de multidisciplinaire richtlijnen (MDR):

  • Heb altijd aandacht voor het unieke van iedere zorggebruiker.
  • Zet altijd in op een humane en respectvolle bejegening.
  • Streef zoveel mogelijk naar zelfbeschikking van de zorggebruiker.
  • Streef zoveel mogelijk naar een gelijkwaardige samenwerking met de zorggebruiker en zijn/haar naasten.

Hieronder gaan we in op de rol van directies, teams en hulpverleners in de preventie. Klik op het pijltje naast de titel om meer te lezen over de inhoud van de MDR.

De aanbevelingen in de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp en voor residentiële volwassen GGZ zijn gelijkaardig, met enkele specifieke nuances.

Dit icoon wijst op aanbevelingen enkel in de MDR voor de residentiële zorg voor volwassenen in GGZ.

Dit icoon duidt op aanbevelingen enkel in de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp (bijzondere jeugdzorg, VAPH, kinderen- en jongeren GGZ).

Directie

Team

Hulpverlener

Leiderschap en visie

De directie ontwikkelt een gedragen preventiebeleid met een expliciete missie en een duidelijk stappenplan met verbetercyclus. De hulpverleners krijgen informatie over dit beleid en ondersteuning bij de uitvoering ervan. De directie neemt een coachend leidende rol op.

Betrokken leiderschap betekent dat de directie zelf duidelijke acties neemt voor de preventie van agressie. Bijvoorbeeld door opvolging van registraties en (incident)analyses. Ga hierover als directie op een niet-beoordelende en niet-bestraffende manier in dialoog. Installeer een positieve verbetercultuur in de organisatie.

Bevraag hulpverleners, zorggebruikers en hun naasten over hoe zij de visie en acties van de organisatie ervaren.

Expliciteer en implementeer de zorgvisie van de organisatie:

positief leefklimaat

positieve gedragsondersteuning

proactieve probleemoplossende aanpak

nieuwe autoriteit / geweldloos verzet

herstelvisie en herstelondersteunende zorg.

De aanbevelingen over leiderschap vanuit de directie vind je:

  • op pagina 27 tot 35 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 28 tot 30 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Alternatieven

Ontwikkel alternatieven voor afzondering en fixatie. Met preventieve interventies voorkom je escalatie.

Organiseer de begeleiding zo dat afzondering of fixatie niet nodig is ter bevordering van ontwikkelings- of ontplooiingskansen.

Laat je inspireren door goede praktijken vanuit de literatuur en in interactie met andere zorgverstrekkers.

Stimuleer de creatieve zoektocht naar alternatieven onder hulpverleners, in samenwerking met ervaringsdeskundigen, zorggebruikers en hun naasten.

De aanbevelingen over alternatieven vind je:

  • op pagina 35 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 30 tot 31 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Opleiding en training voor hulpverleners

Organiseer opleiding voor hulpverleners over:

  • de zorgvisie en het preventiebeleid op de samenwerking met zorggebruikers en hun naasten;
  • communicatievaardigheden voor een positieve therapeutische werkrelatie;
  • de aard, oorzaken, preventie en gevolgen van escalatie, zowel vanuit de zorggebruiker als vanuit de hulpverlener en de interactie tussen hen;
  • verbale en non-verbale de-escalatievaardigheden;
  • alternatieven voor afzondering of fixatie.

Ook positieve gedragsondersteuning en positieve bekrachtigingsprincipes zijn belangrijke vaardigheden in het werken met kinderen en jongeren.

Train hulpverleners in het aanbieden van psycho-educatie en emotieregulatievaardigheden aan naasten van de jongeren.

Train hulpverleners in hun eigen emotieregulerende vaardigheden.

Evalueer na afloop van de training de resultaten en implementeer systemen van kwaliteitswaarborging.

De aanbevelingen over opleiding en training vind je:

  • op pagina 35 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 31 en 32 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Opbouw en inrichting van afdelingen

De infrastructuur van de organisatie draagt bij aan de preventie van escalatie. Helpend zijn een huiselijke sfeer, mogelijkheden tot privacy voor de zorggebruiker, mogelijkheden tot beweging, nabijheid van hulpverleners en ruimtes voor spanningsreductie zoals comfortrooms.

De aanbevelingen rond opbouw en inrichting vind je:

  • op pagina 36 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 33 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Bekendmaking van het preventiebeleid

Communiceer actief over het beleid, zowel aan hulpverleners in de organisatie als aan de zorggebruikers en hun naasten.

De aanbevelingen rond de bekendmaking van het preventiebeleid vind je:

  • op pagina 36 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 33 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Werking van het team

Investeer in een goede samenwerking door een goede organisatie, een duidelijke taakverdeling, interne communicatie en regelmatige intervisie.

Wees als team transparant naar het beleid over de draagkracht van het team. Dit is een voorwaarde om de veiligheid van het team te waarborgen.

De aanbevelingen rond de werking van het team vind je:

  • op pagina 37 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 34 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Positief leefklimaat

Werk aan een positief leefklimaat en vermijd een repressieve aanpak.

Een positief leefklimaat is gestructureerd, ondersteunend en zorgend.

  • wees emotioneel beschikbaar voor jongeren;
  • ondersteun de mogelijkheid van jongeren om te groeien;
  • bied een veilig omgeving met een duidelijke dagstructuur;
  • geef en krijg steun;
  • geef autonomie;
  • zet in op een positieve relatie met de jongeren.

Zet in op participatieve zorg.
Werk krachtgericht en op maat. Pas je gedrag aan om een cyclus van negatieve interacties te voorkomen (dwangcyclus). Werk aan herstel van de relatie wanneer de jongere grenzen van anderen overschrijdt.

De aanbevelingen voor een positief leefklimaat vind je op pagina 35 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.

Continuïteit van zorg

Zet in op informatie-uitwisseling, zeker bij verwijzing.

  • intern: via overleg en via het individueel dossier;
  • extern: met andere hulpverleners binnen het zorgnetwerk. Investeer in dialoog en bouw op casusniveau een samenwerking uit.

De aanbevelingen over continuïteit van zorg vind je:

  • op pagina 37 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 36 en 37 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Omgaan met regels op de afdeling

Stel regels op of wijzig ze in samenspraak. Hou rekening met ieders privacy en waardigheid. Wees alert voor een mogelijk verschil in interpretatie van regels.

Heb oog voor de behoeften van individuele zorggebruikers. Bevraag zorggebruikers hoe zij de regels van de afdeling ervaren.

Reflecteer kritisch of de regels passen binnen de zorgvisie en of ze nuttig en noodzakelijk zijn.

Maak ruimte voor flexibiliteit en maatwerk. Algemeen geldende regels beperk je best tot een minimum, zodat je zoveel mogelijk kan werken op maat van het individu.

Informeer zorggebruikers en naasten op een heldere en begrijpbare manier over de regels. Leg uit waarom deze regels nodig zijn.

De aanbevelingen over het omgaan met regels vind je:

  • op pagina 37 en 38 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 35 en 36 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Onthaal en bejegening

Investeer in een positieve therapeutische relatie en een respectvolle bejegening van elke zorggebruiker, van bij de start van de opname.

Zet in op een warm en gastvrij onthaal. Heb oog voor de impact van de opname op de zorggebruiker en stem je werkwijze af op de toestand waarin de persoon zich bevindt. Werk aan wederzijds vertrouwen, in het bijzonder bij weinig gemotiveerde zorggebruikers en bij behandelingen en begeleidingen onder een gedwongen statuut.

Formuleer wederzijdse verwachtingen op een duidelijke manier.

De aanbevelingen voor een goed onthaal en warme bejegening vind je:

  • op pagina 40 tot 42 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 39 en 40 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Kennismaking

Investeer de nodige tijd in een goede kennismaking.

Een grondige kennismaking draagt bij aan preventie op maat. Krijg zicht op: trauma, eerdere ervaringen met afzondering of fixatie, stressoren, emotie-regulerende vaardigheden, positieve eigenschappen en gezinsdynamieken.

Betrek naasten bij de start van en doorheen de begeleiding. Ze kunnen waardevolle informatie aanreiken, helpen bij de inschatting van kwetsbaarheden en eventuele risico’s. Bouw een samenwerkingsrelatie op met naasten.

Ga doorheen de begeleiding regelmatig in dialoog en voer systematisch risico-inschattingen uit. Breng risico’s op stress, onrust, escalatie, crisis, frustratie en agressie in kaart.

De aanbevelingen over kennismaking vind je:

  • op pagina 42 en 43 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 38 en 39 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Nabijheid en aanbod

Straal betrokkenheid uit en streef naar een positieve relatie. Richt je op fysieke en emotionele nabijheid, bereikbaarheid en individuele contacten met de zorggebruiker.

Zet in op positieve bekrachtiging. Voor de vertrouwensrelatie helpt het om iets te delen over jezelf. Werk met individuele begeleiders. Wanneer een conflict dreigt tussen een begeleider en een jongere, betrek dan een andere begeleider of naaste.

Voorzie een therapeutisch aanbod over mentaliserend vermogen, emotie-regulerende vaardigheden en traumaverwerking.

Begeleid zorggebruikers bij het aanleren van nieuwe vaardigheden. Geef informatie via psycho-educatie. Leer zorggebruikers hun eigen signaalgedrag herkennen.

Organiseer een zinvolle dagbesteding en ontspanningsmogelijkheden.

De aanbevelingen over nabijheid en aanbod vind je:

  • op pagina 44 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 40 en 41 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Signaleringsplan en zorgplanning

Stel in dialoog met de zorggebruiker en zijn/haar naasten een signaleringsplan op. Doe dat vóór een crisissituatie. Inventariseer triggers, signalen, strategieën en situaties van ernstig gevaar. Evalueer het signaleringsplan regelmatig.

Verzamel in de opstartperiode gericht informatie over triggers voor escalatie. Werk gaandeweg uit tot een volwaardig signaleringsplan.

Vertaal het signaleringsplan naar handvatten die de zorggebruiker ook buiten de organisatie kan gebruiken.

Ga in dialoog met de zorggebruiker (en de naasten) over de wensen en bezorgdheden rond afzondering en fixatie. Hou rekening met hun input op het moment dat afzondering of fixatie nodig is.

De aanbevelingen over het signaleringsplan vind je:

  • op pagina 45 tot 48 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 41 en 42 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Omgaan met escalatie

Ga op zoek naar de oorzaken van stijgende emotionele spanning. Ga in dialoog, heb aandacht voor (impliciete) signalen, zet de-escalerende vaardigheden in en grijp naar het signaleringsplan. Overweeg het gebruik van alternatieven voor spanningsreductie.

Vermijd een autoritaire aanpak, dreig niet met straffen of ultimatums. Wijzig omgevingsfactoren die een rol zouden kunnen spelen.

Analyseer niet alleen op het niveau van de jongere, maar kijk ook naar de mogelijke bijdrage van de omgeving.

Kernaspecten hiervoor in je rol als hulpverlener:

  • straal rust uit;
  • bewaak de veiligheid;
  • valideer het gevoel van de zorggebruiker;
  • ga op zoek naar oorzaken voor de spanning;
  • luister actief en reageer empathisch;
  • begeleid en ondersteun de zorggebruiker;
  • zoek naar oplossingen.

De aanbevelingen over omgaan met escalatie vind je:

  • op pagina 48 tot 51 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen.
  • op pagina 43 en 44 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Vraag tot afzondering/fixatie van jongere of vertegenwoordiger

Ga na wat de achterliggende drijfveer is van een vraag tot afzondering of fixatie vanuit een jongere of diens vertegenwoordiger. Ga op zoek naar de achterliggende behoeften en ga na of ook andere alternatieven aan deze behoeften tegemoet kunnen komen.

De aanbevelingen rond afzondering of fixatie op vraag vind je op pagina 44 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.

Vermijd afzondering en fixatie bij voorspelbare situaties

Vermijd afzonderingen bij vooraf geplande individuele situaties en bij vooraf geplande collectieve situaties.

Best bevat het begeleidingsplan alle elementen die voor het vermijden van individuele afzonderingen en fixaties relevant zijn:

  • Functieanalyse van het doelgedrag, dit maakt begrijpelijk waarom, wanneer en hoe het gedrag plaatsvindt en welke doelen het dient voor de jongere.
  • Zoek continu naar alternatieven om het doelgedrag onder controle te krijgen en werk daarbij op maat van de jongere.
  • Noteer de functieanalyse en alternatieven in het begeleidingsplan.
  • Bespreek het begeleidingsplan met de jongeren en houdt daarbij tekening met de mogelijkheden en ontwikkelingsleeftijd van de jongere.

Collectieve afzonderingen zijn om geen enkele reden toelaatbaar, aangezien deze maatregelen steeds op maat van de jongere worden toegepast.

De aanbevelingen rond nabespreking vind je op pagina 44 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.

Nabespreking na een afzondering of fixatie

Voer niet lang na het beëindigen van de afzondering of fixatie een nabespreking met de zorggebruiker en zijn/haar naasten. Geef de zorggebruiker de kans om ervaringen te delen en vragen te stellen. Doe dit op maat van de zorggebruiker. Ga in gesprek over mogelijkheden tot individuele preventie voor toekomstige escalaties.

Als een jongere vraagt om de nabespreking uit te stellen, respecteer dit dan om escalatie te vermijden. Heropen het gesprek later.

Ga tijdens de nabespreking na:

  • wat er gebeurd is;
  • wat de aanleiding was;
  • welke signalen er waren;
  • wat de beleving van en de impact op de zorggebruiker is;
  • wat de beleving van en impact op de hulpverlener;
  • welke lessen getrokken kunnen worden voor de toekomst.

Onderhoud en bevestig de onderlinge relatie met de zorggebruiker. Investeer in herstel.

Ga in dialoog met de betrokken hulpverleners: organiseer een intervisie en reflecteer, zorg voor ruimte voor de emotionele verwerking van de gebeurtenissen.

Heb ook oog voor de nood tot nabespreking van andere zorggebruikers en betrek hen.

De aanbevelingen over nabespreking vind je:

  • op pagina 51 van de MDR voor de residentiële GGZ volwassenen;
  • op pagina 45 en 46 van de MDR voor de brede residentiële jeugdhulp.
Time-out

Er wordt ingezet op continuïteit van zorg door herstel en alternatieven. Bij een vastgelopen traject kan een time-out als laatste optie overwogen worden, om met hernieuwde energie de begeleiding te kunnen herstarten.

Mogelijkheden tot time-out zijn er in een andere leefgroep, een partnervoorziening, de thuisomgeving, een zorgboerderij en als laatste optie in een gemeenschapsinstelling.

  • Bespreek de reden en het doel van de time-out met de jongere en de naasten.
  • Tijdens de time-out blijft er contact tussen de jongere en de begeleiders om te werken aan het herstel van de relatie.
  • Tijdens de time-out bekijkt het team hoe ze de begeleiding van hun kant kunnen optimaliseren.

Bespreek de optie van time-out met de jongere en de naasten bij opstart van de begeleiding.

De aanbevelingen rond time-out vind je op pagina 45 van de MDR naar brede residentiële jeugdhulp.

Hoe ga je hiermee aan de slag?

Leiderschap en visie

Ga aan de slag met principes uit de participatieve zorg, trauma-geïnformeerde zorg, positief leefklimaat, positieve gedragsverandering, herstelvisie en andere zorgvisies die een preventieve impact hebben.

Reflecteer over de visie van jouw organisatie. Het reflectie-instrument ‘Bewuster omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen‘ helpt hierbij.

Jeugdhulporganisaties kunnen met het Participatiekompas reflecteren over en aan de slag gaan met hun participatiebeleid.

Bied regelmatig (psycho)educatie, vormingen en trainingen voor medewerkers. Neem ter inspiratie een kijkje bij het vormingsaanbod op deze website.

Stel je coachend en motiverend op. Werk aan een gedragen preventiebeleid.

  • Organiseer ervaringsgerichte opleidingen of reflecties.
  • Laat ervaringsdeskundigen tijdens opleidingen vertellen over hun ervaringen.
  • Laat gemotiveerde medewerkers preventiestrategieën uitwerken en testen. Bespreek de ervaringen.

Zet in op een niet-beoordelende en niet-bestraffende cultuur met regelmatige incidentbesprekingen organiseert. Overweeg de inzet van een team om schokkende gebeurtenissen mee op te vangen.

Preventieve maatregelen en alternatieven

Goede praktijkvoorbeelden vind je in de Best Practices rondom Dwangreductie in de GGZ. Ook inspirerend voor wie niet in de GGZ werkt.

Ook specifieke materialen kunnen ondersteunend zijn. Kijk hiervoor in de Alternatievenbundel van Vilans.

Stimuleer reflectie over dwang en alternatieven voor dwang, samen met hulpverleners, zorggebruikers en hun naasten.

Opleiding en training voor hulpverleners

Laat je inspireren door de materialen en activiteiten die we ter beschikking stellen.

Opbouw en inrichting van afdelingen

Zet in op een huiselijke omgeving met privacy en bewegingsruimte. Heb oog voor sfeer en gezelligheid, en lees deze tips om te zorgen voor een huiselijk gevoel en een ‘gewoon leven’.

Stimuleer nabijheid van hulpverleners. Overweeg bijvoorbeeld om een gesloten verpleeglokaal te vervangen door een open balie. Dat zorgt ervoor dat zorgverleners aanwezig zijn in de groep en goed het contact kunnen behouden met zorggebruikers. Zo kunnen ze ook sneller signalen van een crisis of mogelijk escalatie oppikken.  

Zet in op ruimtes voor spanningsreductie, zoals comfortrooms. Gebruik deze kamers altijd op vrijwillige basis en doe ze nooit op slot tijdens gebruik. De alternatievenbundel van Vilans geeft je ook tips voor de inrichting van deze kamer. Denk aan het werken met

  • rustgevende filmpjes (van een haardvuur, aquarium…);
  • visuele prikkels door een lichtspel, projecties, lavalampen, luchtbelkokers,…;
  • tactiele prikkels door een baarmoederzetel, snoezelstoel, schommelstoel, massagestoel, waterbed met trilling,…
  • rustgevende sensaties van relaxerende muziek, klankbordspel, geuren, warmte (kussens/muur/vloer),…
  • bezigheid door een kalmeringskist met attributen, speeltafel…

Gebruik De Kleurenmethode om beter zicht te krijgen op risicovolle plaatsen op je terrein en in je gebouw op het vlak van grensoverschrijdend en agressief gedrag.

Financiële hulp nodig om aanpassingen te realiseren? Dien een aanvraag in voor een VIPA-subsidie.

Positief leefklimaat

Ga aan de slag met de principes voor een positief leef– en werkklimaat.

Zet in op participatieve zorg door:

  • zorggebruikers inspraak te geven in hun eigen traject;
  • leefgroepvergaderingen met informatie, ruimte voor initiatief van de zorggebruiker en het samen zoeken naar oplossingen voor problemen.

Zet actief in op herstel.

Omgaan met regels

Evalueer regels op hun nut en noodzaak. Plan dit op regelmatige tijdstippen.

Hoe ga je om met vragen of verzoeken van de zorggebruiker? Soms is een neen sneller en gemakkelijker gezegd. In de inspirerende praktijk ‘Een cultuur creëren waarin je meer ‘ja’ kan zeggen’, staat de hulpverlener open en onbevooroordeeld stil bij de beweegredenen. Denk na of een ‘ja’ mogelijk is. Of misschien is er een gulden middenweg die tegemoet komt aan de noden en behoeften van de zorggebruiker? Stel jezelf de volgende vragen:

  • Heb ik goed geluisterd naar de bezorgdheid van de persoon en heb ik goed gehoord wat de vraag precies is?
  • Is ‘neen’ hier het gemakkelijke antwoord?
  • Heb ik genoeg tijd genomen om de vraag te overwegen?
  • Wat is er nodig om ‘ja’ te zeggen?
  • Kan ik uitleggen aan de persoon waarom ik ‘nee’ zeg of niet aan de vraag tegemoet kan komen?
  • Zijn er creatieve manieren om tegemoet te komen aan de vraag?
Draagkracht

Wees naar het beleid toe transparant over de draagkracht van
het team. Dit gaat over de mate waarin zorgverleners zich opgewassen voelen
tegen de moeilijkheden of de stress die ze ervaren in hun werk. Deze tips
kunnen helpend zijn in teams:

  • Bespreek regelmatig: welke zorggebruiker de meeste spanning oproept? Hoe
    kunnen we elkaar bijstaan in het omgaan met deze zorggebruiker? 
  • Spreek
    elkaar aan, houd elkaars spanningsniveau in het oog en druk voor elkaar op
    de pauzeknop. 
  • Leer
    Mentaliseren
  •  

  •  

Onthaal en bejegening

Verbindende communicatie‘ reikt inspiratie en handvatten aan voor de opbouw van een positieve relatie. Hierbij staan wederzijds respect, samenwerking en dialoog centraal.

De eerste vijf minuten bij opname‘ is een inspirerende praktijk. Het uitgangspunt is dat de eerste vijf minuten in het contact bepalend zijn voor de therapeutische werkrelatie. De hulpverlener neemt het voortouw in de zoektocht naar een goed contact en een goede samenwerking met de zorggebruiker.

Kennismaking

Breng in kaart welke gegevens je verzamelt voor een volledige beeldvorming. Overweeg het gebruik van een gevalideerd instrument, dat is afgestemd op de doelgroep van jouw organisatie.

Voorbeelden van risicotaxatie-instrumenten voor jongeren:

  • START:AV voor adolescenten met een psychische problematiek;
  • SAVRY voor jongeren van 12 tot 18 jaar die jeugddelicten pleegden.

Open de dialoog met de zorggebruiker om naasten te betrekken. De gratis online vormingen van de Familiereflex kunnen je hierin ondersteunen.

Meer informatie over samenwerking en beroepsgeheim vind je in de publicatie Wegwijzers beroepsgeheim.

Nabijheid en aanbod

Wees nabij en bereikbaar, zowel in de groep als voor individuele zorggebruikers.

Ga samen met de zorggebruiker aan de slag rond mentaliseren.

Ga na of er voldoende zinvolle dagbesteding is en welke beperkingen er zijn voor zorggebruikers om hier gebruik van te maken.

Signaleringsplan en zorgplanning

Signaleringsplannen zijn een instrument om escalatie te voorkomen, er goed op te reageren en de nabespreking te ondersteunen. Voer van bij de start van de opname de dialoog hierover. Als het kan met de zorggebruiker en anders met zijn vertegenwoordiger.

Omdat signaleringsplannen zo belangrijk zijn in de verschillende fasen van het proces van de zorggebruiker, organiseren we de vorming ‘Werken met het signaleringsplan’ in ons open aanbod.

Omgaan met escalatie

In de MDR voor residentiële GGZ volwassenen lees je op pagina 49 en 50 meer toelichting bij de handvatten voor verbaal de-escaleren. Deze tips helpen je ook in de samenwerking met jongeren met voldoende verbale vaardigheden.

Motiveer zorggebruikers om een eigen rustbox samen te stellen met items die helpen om tot rust te komen.

Hoe je het signaleringsplan inzet tijdens escalerende momenten? Daarover leer je meer tijdens de vorming ‘Werken met het signaleringsplan’.

Denk na over mogelijke alternatieven voor de-escalatie. Laat je inspireren door goede praktijken.

Nabespreking na een afzondering of fixatie

Een nabesprekingen met zorggebruikers, naasten en hulpverleners, laat kritische reflectie en emotionele verwerking toe. Hoe je dat aanpakt, lees je op de pagina Zorg voor herstel.

Een tool die de betrokken hulpverleners kan ondersteunen is de Intervisie Methoden Incidenten.

Overweeg om een externe en gespecialiseerde organisatie te betrekken bij een zware escalatie.

Vermijd afzondering en fixatie bij voorspelbare situaties

Ga in de individuele zoektocht naar alternatieven voor afzondering en fixatie op zoek naar alternatieven. Doe dit op basis van de functieanalyse van het doelgedrag van de jongere.

Alternatieve mogelijkheden zijn:

  • niet interveniëren;
  • minder intrusief interveniëren dan afzondering en fixatie;
  • ander gedrag dat dezelfde functie als het doelgedrag vervult aanleren of aanmoedigen;
  • wijzigingen aanbrengen in de omgeving.

Zet in op het vermijden van collectieve afzonderingen en fixaties door alternatieven uit te bouwen:

  • Een clickersysteem op de deuren, dat begeleiders op de hoogte brengt wanneer een deur geopend wordt;
  • Een kamerdeur die een jongere van binnenuit zelf op slot kan doen.

Een overzicht van helpend materiaal


pdf

Een overzicht aan alternatieven voor afzondering en fixatie.

Hulp bij reflectie over het beleid en de toepassing van VBM in jouw organisatie.

www

Regels maken die bijdragen tot een positief leefklimaat.

www

Inventariseer en bespreek voorbeelden van dwang in je organisatie.

Ontdek de rol van de vertrouwenspersoon en de vertegenwoordiger.

pdf

Bewust(er) omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen: 10 uitgangspunten.

www

Opvang en nazorg van medewerkers, zorggebruikers of naasten.

www

Onderzoek de verschillende vormen van vrijheidsbeperking in jouw team.

www

Grijp incidenten aan als een kans om te leren en je beleid te verbeteren.

www

Een kompas voor het afstemmen van je ondersteuning op de emotionele ontwikkelingsnoden van cliënten, waardoor agressief gedrag opmerkelijk vermindert.

pdf

De richtlijn rond de preventie en toepassing van afzondering en fixatie in de brede residentiële jeugdhulp.

pdf

De richtlijn rond de preventie en toepassing van afzondering en fixatie in de residentiële geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen.

www

Ontdek hier welke elementen een positief leefklimaat omvat en hoe je dat realiseert.

www

Met deze theoretisch onderbouwde tool reguleer je het stressniveau en verlaag je de spanningsopbouw.

www

De Sorrybox verzamelt methodieken, visieteksten en ideeën voor herstelgericht werken.

www

Subsidiekader voor projecten van preventieve infrastructurele maatregelen.

Verpleegkundigen en verzorgenden spelen een essentiële rol in het terugdringen van vrijheidsbeperking.


In video: waarom preventie van afzondering en fixatie voorop staan in de richtlijn

In video: Hoe afzondering en fixatie afbouwen en voorkomen